Spanning vertrouwen en veiligheid
Paarden kunnen ontzettend veel voor ons betekenen.
Ze kunnen rust geven, ons laten genieten, ons uitdagen en ons dingen over onszelf leren die we misschien nog niet eerder hadden gezien.
Maar paarden kunnen ook spannend zijn.
Een paard is groot, sterk en reageert soms anders dan je verwacht. Een onverwachte beweging, een paard dat schrikt, ineens sneller gaat of een situatie waarin je even niet weet wat je moet doen, kan ervoor zorgen dat je vertrouwen een deuk krijgt.
Misschien heb je ooit een val meegemaakt.
Misschien ben je geschrokken tijdens het rijden.
Misschien voel je spanning wanneer een paard druk wordt.
Of misschien merk je dat je lichaam al gespannen raakt voordat er eigenlijk iets gebeurt.
Dat is niet raar.
Spanning betekent niet dat je geen goede ruiter bent.
Het betekent dat je lichaam iets probeert te vertellen.
Veiligheid begint bij vertrouwen
Voor mij begint veiligheid niet alleen bij een cap, goed materiaal of weten wat je moet doen wanneer er iets misgaat.
Dat zijn natuurlijk belangrijke onderdelen van veilig omgaan met paarden.
Maar echte veiligheid begint ook bij vertrouwen en bewustzijn.
Vertrouwen in jezelf.
Vertrouwen in je paard.
Vertrouwen in degene die je begeleidt.
En vertrouwen dat je mag stoppen wanneer iets niet goed voelt.
Een ruiter die zich veilig voelt, kan meestal veel beter waarnemen wat er gebeurt. Je hebt meer ruimte om te voelen, na te denken en rustig te reageren.
Wanneer je bang bent, kan dat anders worden.
Je lichaam spant zich aan.
Je ademhaling verandert.
Je gaat misschien harder vasthouden.
Je zit wordt stijver.
Je gaat vooruitlopen op wat er misschien gaat gebeuren.
En je paard kan die verandering in jouw lichaam voelen.
Zo kunnen spanning bij ruiter en paard elkaar versterken.
Je hoeft spanning niet weg te duwen
Soms denken we dat we pas zelfverzekerd zijn wanneer we nergens meer bang voor zijn.
Maar zo werkt vertrouwen volgens mij niet.
Vertrouwen betekent niet:
“Ik weet zeker dat er nooit iets gebeurt.”
Vertrouwen betekent eerder:
“Ik weet dat ik kan omgaan met wat er gebeurt.”
Dat is een heel ander uitgangspunt.
Je hoeft niet zonder spanning op een paard te stappen.
Je mag spanning voelen.
Je mag onzeker zijn.
Je mag zeggen dat iets spannend is.
En je mag hulp vragen.
Juist door spanning serieus te nemen, kun je leren wat je nodig hebt om weer meer vertrouwen te ervaren.
Leer je eigen spanning herkennen
Een belangrijk onderdeel van ruiterbewustzijn is leren herkennen wat er in je eigen lichaam gebeurt.
Misschien houd je ongemerkt je adem vast.
Misschien trek je je schouders op.
Misschien knijp je harder met je benen.
Misschien klem je je handen om de teugels.
Misschien ga je voorover zitten.
Misschien denk je voortdurend:
“Straks gaat hij iets doen.”
Het mooie is dat je dit kunt leren herkennen.
En zodra je het herkent, kun je er iets mee doen.
Even uitademen.
Je schouders loslaten.
Je handen zachter maken.
Je bewust worden van je zit.
Je paard weer voelen.
Even stilstaan.
Of misschien zelfs afstappen.
Dat laatste is geen falen.
Soms is afstappen juist een heel bewuste en veilige keuze.
Ook je paard kan spanning voelen
Niet alleen wij hebben emoties en spanning.
Een paard reageert voortdurend op zijn omgeving en kan spanning, angst, pijn of onzekerheid ervaren.
Sommige paarden worden duidelijk drukker wanneer ze spanning voelen. Ze bewegen meer, kijken veel om zich heen, willen weg of reageren sterker op prikkels.
Andere paarden laten juist veel minder zien.
Ze kunnen stil worden of zich terugtrekken.
Daarom is het belangrijk om niet alleen te kijken naar wat een paard “doet”, maar ook naar kleine veranderingen in gedrag en lichaamstaal.
Een paard dat ineens anders reageert, vertelt ons mogelijk iets.
Misschien is iets spannend.
Misschien is de omgeving te veel.
Misschien begrijpt hij de vraag niet.
Misschien is hij moe.
Of misschien is er lichamelijk iets aan de hand.
Daarom vind ik het belangrijk om gedrag niet zomaar als ongehoorzaamheid te zien, maar eerst te proberen te begrijpen waar het vandaan komt.
Veiligheid betekent niet alles vermijden
Wanneer iets spannend is, kan de eerste reactie zijn:
“Dan doen we het maar niet.”
Soms is dat inderdaad de juiste keuze.
Maar soms kan het ook mooi zijn om samen rustig te onderzoeken waar de spanning vandaan komt.
Niet door het paard of de ruiter over de angst heen te duwen.
Maar door de situatie kleiner te maken.
Een voorbeeld:
Je vindt het spannend om alleen buiten te rijden.
Dan hoeft de eerste stap niet te zijn dat je meteen een uur alleen op pad gaat.
Misschien begin je met samen wandelen.
Daarna een klein stukje rijden met iemand naast je.
Dan een vertrouwde route.
Dan iets verder.
En uiteindelijk misschien een klein stukje alleen.
Iedere stap mag eerst veilig voelen voordat je de volgende stap zet.
Bij paarden werkt dit vergelijkbaar. Wanneer een paard spanning laat zien, kan het helpen om terug te gaan naar een niveau waarop het paard nog kan nadenken en leren, in plaats van door te blijven duwen wanneer de spanning oploopt.
Kleine successen bouwen vertrouwen
Vertrouwen groeit meestal niet door één grote overwinning.
Het groeit door heel veel kleine ervaringen.
Een paard dat rustig blijft wanneer je opstapt.
Een overgang die ontspannen lukt.
Een wandeling die goed gaat.
Een paard dat naar iets spannends kijkt en daarna weer ontspant.
Een ruiter die merkt:
“Ik bleef rustig.”
Of:
“Ik wist wat ik moest doen.”
Dat zijn belangrijke momenten.
Je hoeft niet meteen iets groots te bereiken.
Soms is een kleine stap precies de vooruitgang die je nodig hebt.
De relatie tussen ruiter en paard
Wanneer je zelf gespannen bent, is het gemakkelijk om te denken:
“Mijn paard voelt dat ik bang ben.”
Maar ik vind het interessanter om daar een andere vraag tegenover te zetten:
“Hoe kan ik mijn paard laten merken dat ik naar hem luister?”
Dat kan bijvoorbeeld door niet meteen door te drukken wanneer hij spanning laat zien.
Door hem even te laten kijken.
Door je eigen lichaam rustig te houden.
Door duidelijk te zijn.
Door een oefening eenvoudiger te maken.
Door hem te belonen wanneer hij ontspant.
En door steeds beter te leren herkennen wanneer je paard iets spannend vindt.
Zo ontstaat er vertrouwen aan beide kanten.
Je paard leert:
“Mijn mens luistert naar mij.”
En jij leert:
“Mijn paard vertelt mij wat hij nodig heeft.”
Je hoeft niet stoer te zijn
In de paardenwereld kan soms het gevoel ontstaan dat je stoer moet zijn.
Dat je niet bang mag zijn.
Dat je gewoon moet doorzetten.
Dat een goede ruiter overal op moet durven.
Maar ik geloof daar niet in.
Een goede ruiter is niet degene die nooit bang is.
Een goede ruiter is iemand die zijn eigen grenzen leert kennen en verantwoordelijkheid neemt voor zijn eigen veiligheid én die van het paard.
Dat kan betekenen dat je iets probeert.
Maar het kan ook betekenen dat je zegt:
“Vandaag nog niet.”
Dat is geen zwakte.
Dat is bewustzijn.
Veiligheid is ook kennis
Vertrouwen wordt groter wanneer je weet wat je doet.
Weten hoe je een paard veilig benadert.
Weten hoe je moet leiden.
Weten hoe je moet omgaan met een paard dat schrikt.
Weten waar je moet staan.
Weten hoe je materiaal gebruikt.
Weten hoe je jezelf beschermt.
Weten wanneer je hulp moet vragen.
En ook weten wanneer een situatie niet meer veilig genoeg is om zelf op te lossen.
Veilig paardrijden gaat daarom niet alleen over techniek in het zadel. Ook de omgang met het paard vanaf de grond, de omgeving en het inschatten van situaties zijn onderdeel van veilig werken met paarden.
Samen leren zonder haast
Ik vind het belangrijk dat er ruimte is om op je eigen tempo te leren.
De ene ruiter heeft misschien veel ervaring, maar weinig vertrouwen.
Een andere ruiter heeft veel vertrouwen, maar nog weinig kennis.
Weer iemand anders rijdt al jaren, maar heeft na een val moeite gekregen met een bepaalde situatie.
Iedereen begint ergens anders.
Daarom hoeft een les niet altijd te draaien om:
“Wat moeten we vandaag bereiken?”
Het kan ook gaan om:
“Wat hebben jij en je paard vandaag nodig om een stapje verder te komen?”
Dat kan een technische oefening zijn.
Maar het kan ook gewoon een rustige training zijn waarin je leert ademen, voelen en ontspannen.
Vertrouwen groeit in twee richtingen
Misschien is dat uiteindelijk wel het belangrijkste.
We willen vaak dat een paard ons vertrouwt.
Maar vertrouwen werkt twee kanten op.
Kun jij je paard vertrouwen?
En nog belangrijker:
Kan jouw paard erop vertrouwen dat jij naar hem luistert?
Dat je hem niet zomaar in een situatie brengt die hij niet aankan?
Dat je zijn signalen serieus neemt?
Dat je hem helpt wanneer iets moeilijk is?
Dat je duidelijk bent?
Dat je grenzen hebt, maar ook naar zijn grenzen kijkt?
Daar ontstaat voor mij echte samenwerking.
Spanning mag er zijn
Paarden en paardrijden zullen nooit volledig zonder spanning zijn.
Een paard kan schrikken.
Een ruiter kan onzeker worden.
Een nieuwe omgeving kan spannend zijn.
Een onbekende oefening kan lastig voelen.
Dat hoeft niet meteen een probleem te zijn.
Het wordt juist interessant wanneer we leren om spanning te herkennen voordat ze ons overneemt.
Even vertragen.
Ademen.
Voelen.
Kijken.
Luisteren.
En dan opnieuw beslissen wat de volgende stap kan zijn.
Misschien is dat doorgaan.
Misschien is dat een stap terug.
Misschien is dat afstappen.
Misschien is dat een andere oefening.
Alles kan een bewuste keuze zijn.
Van angst naar vertrouwen
Vertrouwen ontstaat niet doordat iemand tegen je zegt:
“Je hoeft niet bang te zijn.”
Vertrouwen ontstaat door ervaringen.
Door te merken dat je jezelf kunt helpen.
Door te merken dat je paard naar je luistert.
Door te leren begrijpen wat je paard vertelt.
Door te ervaren dat je niet alles in één keer hoeft te kunnen.
En vooral door te weten dat je altijd opnieuw mag beginnen.
Voor mij is dat een belangrijk onderdeel van paardrijden:
Niet leren om nooit meer spanning te voelen, maar leren om met spanning om te gaan.
Zodat jij en je paard samen steeds meer kunnen ervaren:
“We zijn veilig. We begrijpen elkaar. En we hoeven niet te haasten.”
